27-09-05

Laatste exemplaren gaan de deur uit

Diegenen die zich nog een boek wensen aan te schaffen Schriften van Driekoningen, moeten zich reppen, want door het groot succes zijn slechts een klein aantal exemplaren over gebleven. Het boek kan nog steeds besteld worden door 40 euro over te schrijven op rekeningnummer 208-7014327-03 van Reginald Braet. Eenmaal de voorraad is opgebruikt, komt er geen herdruk zodat het boek meteen een leven als collector item zal leiden. Het boek behandelt niet alleen de geschiedenis van Beernem, maar vooral het leven op het kasteel Driekoningen tijdens de 72 kunstweekends die er plaats vonden tussen 1951 en 1982, waarbij de ganse beau monde van de Vlaamse kunstwereld er vertoefde.

15:34 Gepost door Reginald | Permalink | Commentaren (7) |  Facebook |

15-05-05

Boek Schriften van Driekoningen voorgesteld

Tijdens een geslaagde boekvoorstelling van Schriften van Driekoningen in het kasteel Driekoningen, werd het eerste exemplaar afgeleverd aan the leading lady of Belgian television, Paula Sémer, die deze avond met haar aanwezigheid opluisterde. Het boek bevat een schat van gegevens over de Vlaamse kunstenaars en bekende Vlamingen uit de tweede helft van vorige eeuw. Al wie naam en faam had, werd door Gravin d'Hespel uitgenodigd in haar kasteel om er deel te nemen aan één van de 72 kunstweekends. Tijdens deze voorstelling verschenen, naast de talrijke genodigden, ook nog enkele kunstenaars op het appel. Het werd voor velen een blij weerzien waarbij heel wat herinneringen naar boven werden gehaald. De avond werd aaneengepraat door Mie Debruyne, die sprekers Raynier van Outryve d'Ydewalle, drukker Theo Hoste, politiek hoofdredacteur van VTM Pol Van Den Driessche, letterkundige Fernand Bonneure en auteur Reginald Braet inleidde. Daarna volgde een uitgebreide receptie. Het boek is te koop voor 40 euro op telnr: 050/78.02.61. Het bevat 360 bladzijden en ongeveer 550 foto's. Hierin zijn talrijke biografieën opgenomen van de bijna 1.200 deelnemers aan de kunstweekends. Op de foto herkennen we Mevrouw R. van Outryve d'Ydewalle, Pol Van Den Driessche, Reginald Braet, Paula Sémer, Theo Hoste en Raynier van Outryve d'ydewalle.

11:56 Gepost door Reginald | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

16-12-04

Schriften van Drie Koningen

De geschiedenis van de kunstweekends voor Vlaamse kunstenaars bij Gravin Hélène d’Hespel op haar domein Drie Koningen in Beernem start in 1951, of beter nog tijdens de oorlogsjaren 1940-1943 toen haar eerste echtgenoot, Ridder Hubert van Outryve d’Ydewalle zijn merkwaardig, innoverend boek Noblesse en Flandre schreef. Hierin poneerde de auteur een stelling dat de adel in Vlaanderen een dienende taak had te vervullen, vooral op cultureel gebied.

 

De Gravin beschouwde dit boek als een testament en zij nam zich voor, het piëteitsvol uit te voeren. Zijzelf was niet van Vlaamse afkomst, maar na haar huwelijk deelde zij spoedig de liefde van haar echtgenoot voor het volk dat haar had opgenomen.

 

Zoekend naar een middel om een bepaalde elite van het volk, namelijk zijn kunstenaars, te dienen, vond zij twee mensen bereid om mee te werken aan de verwezenlijking van haar plan : het kasteel ten dienste te stellen van die elite. Tot deze keuze werd ze gedreven door haar belangstelling, haar liefde voor al wat echte kunst is en door haar prille ervaring, dat Vlaanderen een rijk kunstleven bezit. Nadat ze bij het eerste kunstweekend in 1951 de historische woorden sprak : “Eindelijk zal dit kasteel tot iets dienen”, volgden, in de loop der jaren, de kunstweekends elkaar op. Tot in 1982 hebben meer dan duizend schrijvers, dichters, beeldhouwers, etsers, kunstschilders, musici, componisten, architecten, media-figuren en zelfs politici, die het Vlaams cultureel leven op een hoger niveau tilden, de ovale kamer van het kasteel bevolkt om er hun gedachten de vrije loop te laten. Hiermee werd verholpen aan het nefaste gemis aan contacten tussen de verschillende kunststromingen.

Namen opnoemen heeft hier geen zin, vermits alle Bekende Vlamingen uit die periode gast zijn geweest van Gravin d’Hespel, die er in slaagde een geest van wederzijdse waardering en vriendschap te creëren. Op dit kasteel heerste de leuze : vrijheid, gelijkheid, broederlijkheid in haar edelste betekenis, geadeld namelijk door een geest van ongedwongen voornaamheid. Belangstelling vanuit het Koninklijk Huis werd geconcretiseerd door aanwezigheden van Koningin Elisabeth, Koningin Fabiola en Prins Karel. Ministers en gouverneurs vereerden de weekends met een bezoek.

 

Reginald Braet reconstrueert nauwgezet aan de hand van eigentijdse bronnen en documentatiemateriaal in het bezit van de kasteelbewoners, het milieu waarin de kunstweekends plaats vonden. Tevens wordt een prachtige biografie opgebouwd van de voornaamste deelnemers aan deze kunstweekends.

 

Dit boek vormt een uniek kunstdocument, dat vooral het leven van de kunstenaars die leefden, werkten en produceerden in de tweede helft van vorige eeuw, belicht. Naast de verslagen van de diverse weekends, krijgt de lezer een boeiende geschiedenis van Beernem en zijn kastelen voorgeschoteld. Even wordt stil gestaan bij het leven van Gravin d’Hespel en haar echtgenoot Ridder Hubert van Outryve d’Ydewalle, waarna de nodige aandacht wordt besteed aan zijn testament. Nadat het doel van de weekends wordt voorgesteld, komen de vier organisatoren : Albert Vermeire, Jan Vecammen, Rik Slabbinck en Fernand Bonneure, aan bod. Tenslotte krijgt de lezer een overzicht van alle weekends, 72 in totaal, met een voorstelling van de gasten. Een overvloed aan nooit eerder gepubliceerde foto’s maken van dit boekwerk zowel een lees- als kijkboek.

 

Reginald Braet, geboren in Brugge op 7 oktober 1947, is een gepensioneerde hogere officier van de marine, die als freelance journalist verbonden is aan de kranten Het Laatste Nieuws, Het Nieuwsblad en het Brugsch Handelsblad. Als lid van de Beernemse heemkundige kring Bos en Beverveld, koestert hij een grote belangstelling voor het verleden van Groot-Beernem. De studie van de kunstweekends heeft meer dan twee jaar in beslag genomen.

 

Bij voorintekening wordt de naam van de voorintekenaar alfabetisch opgenomen in een naamregister achteraan het boek, dat verschijnt met een harde kaft en stofwikkel. Het boek is op A4-formaat gedrukt door De Windroos op kwalitatief hoogstaand papier, telt ongeveer 400 bladzijden en bevat meer dan 400 nooit eerder gepubliceerde foto’s van Bekende Vlamingen en van hun aanwezigheid tijdens de kunstweekends. Tevens worden authentieke documenten afgedrukt, zoals tekeningen, gedichten en brieven die ze hebben achter gelaten in de gulden boeken.

Verschijningsdatum : 12 mei 2005

 

Voorintekening : 32 EUR (tot 12 mei 2005), Nadien 40 EUR

De voorintekening kan enkel gebeuren door storting van 32 EUR op rekeningnummer :

280-7014327-03 van Reginald Braet, Kasteeldreef 20 8730 Beernem, met vermelding “Schriften van Drie Koningen + voornaam + naam (of dienst)”

 Verzendingskosten : 5 EUR (gewicht ca 2 kg)

(Wie geen verzendingskosten betaalt, wordt geacht het boek af te halen)

 



14:53 Gepost door Reginald | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

14-12-04

Anecdotes

In het boek worden heel wat anecdotes en wetenswaardigheden opgenomen. Zo was er een kunstenaar die vermist bleek tijdens één van de nachten op het kasteel. Met man en macht werd gezocht, maar hij leek spoorloos, tot Albert Vermeire de man terug vond. Op één van de weekends ging het kasteel bijna in vlammen op. Toen een vrouw van een kunstenaar argwaan kreeg over het gedrag van haar man, stond zij er op de slaapkamer van haar man te bezichtigen. Naast haar man lag een kunstenaar te slapen met een weelderige haardos. Er is heel wat palaveren aan vooraf gegaan om de vrouw te overtuigen dat er geen vreemde dame naast haar man lag, maar wel een mannelijke kunstenaar. Twee gezworen vijanden logeerden toevallig in dezelfde slaapkamer. 's Morgens verschenen zij arm in arm aan de ontbijttafel...Eén van de beroemdste Vlaamse schrijvers had een hekel aan interviews, toch manoeuvreerde hij zich zodanig zodat zijn stem op band werd opgenomen. Dergelijke zaken vindt de lezer terug in het boek dat de titel : Schriften van Drie Koningen zal meekrijgen. Verschijningsdatum is voorzien voor 12 mei 2005.

14:08 Gepost door Reginald | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

08-12-04

Een beetje geschiedenis

De weekends startten eerder bescheiden. Op 8 juli 1951 werden naast Jan Vercammen en Albert Vermeire, de volgende personen uitgenodigd : Jozef Cantré, Marcel Coole, Roger Mestdagh, Rik Slabbinck, Else Van Doren en Cyriel Verleyen. In de herfst waren er André Demedts, André Taeckens en Albert Westerlinck. In januari 1952 Raymond Brulez, Pieter Leemans, Luc Peire, Antoon Van der Plaetse, Antoon van Wilderode en Geo Verbanck. Het vierde seizoen zagen we Jan Boon, Jack Godderis, Stijn Streuvels, Remi Van Duyn, Hilmer Verdin en Jeroom Verten.  Op elk weekend zijn zoniet alle, dan toch de voornaamste kunsten vertegenwoordigd, hoewel niet altijd evenwichtig. Wanneer bijvoorbeeld Lode Backx en Steven Candael er samen waren, trachtten die, met nog wat diskrete hulp en door hun enthousiasme, al wat mogelijk was op muziek te zetten. De kunstenaars legden contacten, die achteraf ook vruchtbaar bleken. Niet zelden zijn de kunstenaars door de weekenden voor de micro van de radio of de lenzen van de televisie terechtgekomen. Componisten vonden er teksten en uitvoeringsgelegenheden, architecten medewerkers onder de andere plastische kunstenaars en deze ontmoetten onder de schrijvers bewonderaars, die hun bewondering ook met de pen uitdrukten.
De samenstelling van een dergelijke ontmoeting werd wel eens een probleem : de atmosfeer hing er van af. Dat er al eens een vergissing werd begaan, was menselijk. De meest merkwaardige vergissing was het samenbrengen van twee gezworen vijanden, allebei met een mooie naam, die daarbij nog op dezelfde slaapkamer terechtkwamen. 's Morgens verschenen ze echter arm in arm aan de ontbijttafel...
Talrijke anecdotes worden in het boek vermeld.

23:37 Gepost door Reginald | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

01-11-04

Maria Rosseels op het 18de weekend

Maria Rosseels afkomstig van Borgerhout werd er geboren op 23 oktober 1916. Haar ouders waren van Antwerps-Kempense afkomst. Haar vader, een belastingontvanger, leerde haar lezen eer zij naar school ging. Toen ze vijf jaar was las ze de jeugdverhalen van Abraham Hans en de vertelsels van de gebroeders Grimm. Het gezin telde nog een jongere broer en zus. Zij bracht het eerste deel van haar jeugd door in de Goedendagstraat in Borgerhout, de straat waar ook Herman Van Reeck woonde, de student die op 12 juli 1920 bij een Guldensporenviering op de Antwerpse Grote Markt werd neergeschoten. Diens begrafenis maakte op de toen nog maar 4 jaar oude Maria zo'n indruk dat zij er later in twee boeken naar zal verwijzen, namelijk in Het oordeel en Elisabeth. Toen Maria 7 jaar oud was, verhuisde de famile naar Oostmalle en nam haar intrek in een bijgebouw van een kasteelhoeve. Toen reeds begon zij te schrijven. Zij ging naar school in Turnhout. Zij volgde er de Oude Humaniora. In 1933 verhuisde het gezin naar Essen, wat later naar Kalmthout. Na drie jaar Beroepstechnische School liep zij college aan de Hogeschool voor Vrouwen in Antwerpen. Als jonge beroepsregentes gaf zij gedurende vier jaar les in de Vrije Normaalschool van Gierle. Zij verliet echter vlug het onderwijs om van 1941 tot 1944 te werken op de studiedienst van het Ministerie van Arbeid in Brussel. In 1945 werd zij redactiesecretaresse bij De Pijl, de uitgeverij verbonden aan het Vlaams Verbond van Katholieke Scouts. Ondertussen had zij ook haar eerste stappen gezet in de journalistiek als losse medewerkster van De Courant, een dagblad dat verscheen van 1937 tot 1939. In 1947 werd zij dan uiteindelijk, door toedoen van Maurits van Haegendoren, toenmalige hoofdcommissaris van de Vlaamse scouts en latere Volksunie-senator, redactrice bij het dagblad De Standaard. Bij de invulling van haar eerste job zorgde zij voor het persklaar maken van iemand anders kopij. Later zou zij de filmrubriek en de vrouwenpagina verzorgen. Zij deed dit in een zeer dynamische persoonlijke stijl, alles behalve routine-journalistiek. Na haar pensionering in 1977 bleef zij meewerken aan de filmrubriek. Buiten haar journalistieke bezigheden bouwde deze bewonderenswaardige vrouw een imposant letterkundige oeuvre op. Hierin schiep de schrijfster enkele markante vrouwenfiguren. Denken we hierbij maar aan Elisabeth uit de gelijknamige trilogie, waarvan het eerste deel in 1953 verscheen. Haar literair hoogtepunt bereikte zij met Dood van een non, dat in verschillende talen vertaald werd en viermaal bekroond werd, onder andere met de Prijs van de Vlaamse lezer, de Litteratuurprijs van Hilvarenbeek, de Prijs van de Provincie Antwerpen en de Prijs van de Vlaamse Letterkundigen. In 1975 werd deze roman ook verfilmd.
Deze bijzondere vrouw is geen veelschrijfster. Als geen ander weet ze echter haar eigen inzicht en overtuiging te verpersoonlijken in de door haar gecreëerde romanfiguren.
Haar eerst werk, het jeugdverhaal Sterren in de Poolnacht verscheen onder de naam van Emma Vervliet, de naam van haar moeder. Later werd het onder de echte auteursnaam herdrukt.





21:47 Gepost door Reginald | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

20-09-04

Activiteiten tijdens de weekends

Men kan zich de vraag stellen wat er tijdens deze kunstweekends gebeurde. In het boek worden de talrijke weekends beschreven aan de hand van krantenknipsels en getuigenissen van kunstenaars. Er werd gedebatteerd over alles en nog wat, kunststromingen besproken, gemusiceerd, kunstwerken werden kritisch bekeken, gefilosofeerd, gezongen, voordrachten gehouden...

16:52 Gepost door Reginald | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

Stijn Streuvels op vierde weekend van 3 mei 1952

Tijdens het vierde en het vijfde weekend op respectievelijk 3 mei 1952 en 26 juni 1952 vinden we practisch dezelfde kunstenaars terug. Onder de gasten noteren we Stijn Streuvels en Jan Boon, Raymond Brulez, Jozef Cantré, Albert Westerlinck, Marcel Coole, André Taeckens, Else Van Doren, Antoon Van Der Plaetse, Geo Verbanck, Remi Van Duyn, Jack Godderis, kanunnik Robrecht Stock, musicus Hilmer Verdin en woordkunstenaar Jozef Vermetten. Het waren warme zomerdagen en de kunstenaars spendeerden heel wat tijd in het park en aan de boorden van de vijver. In dit hoofdstuk wordt een biografie gegeven van Stijn Streuvels, Jan Boon (met tevens een sumiere geschiedenis van de opkomst van de Nationale radio-omroep), Jack Godderis en Jozef Vermetten.

16:35 Gepost door Reginald | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Jef Tinel op zesde weekend van 25 oktober 1952

Componist Jef Tinel werd geboren op 11 mei 1885 en studeerde aan het college en de normaalschool in Sint-Niklaas en aan het Lemmensinstituut in Mechelen, waar hij een leerling was van zijn oom Edgar Tinel. Hij componeerde vooral vocale muziek, waaronder religieuze muziek, cantates en honderden strijdliederen. Met zijn lied “Wij zijn bereid!” werd hij bijzonder populair binnen de Vlaamse Beweging. Het lied behoorde jarenlang tot het geijkte repertoire van massamanifestaties als het Vlaams Nationaal Zangfeest en de Ijzerbedevaart. Op die bijeenkomsten was hij trouwens vaak als dirigent actief. Bovendien was hij ook dirigent van verschillende Vlaams-nationale koren en fanfares van het Verdinaso. Na de oorlog werd hij gedurende enkele weken gevangen gezet op beschuldiging van collaboratie. In tegenstelling tot zijn liederen werden zijn orkestcomposities, zoals Suite voor orkest, en zijn dramatische werken, onder andere Fra Angelico en De Verloren zoon, slechts zelden uitgevoerd. Jef  Tinel was organist in Zele, Sint-Amandsberg, Gent en Maldegem, waar hij ook muziekleraar en directeur van de muziekschool was. Jef Tinel overleed op 25 mei 1972 in Gent.





16:16 Gepost door Reginald | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |

11-09-04

Ivo Michiels op het 13de weekend

Op het dertiende weekend op 3 juli 1954 ontving Gravin d'Hespel pianist Lode Backx, dichter en criticus Herman Van Snick, architect Luc Viérin, dichter Johan Van Mechelen, beeldhouwer Heylbroeck, schrijvers Albert Setola, Albert Van Hoogenbemt en Ivo Michiels, naast de cellist Herman Sabbe en zijn vrouw samen met dokter-psychiater Stefens.

Ivo Michiels werd voor de eerste keer uitgenodigd. Later zal hij nog driemaal deel uitmaken van de gasten. Michiels werd geboren als Henri Ceuppens in Mortsel op 8 januari 1923. Tijdens De Tweede Wereldoorlog werd hij als verpleger te werkgesteld in een hospitaal in Lübeck in Duitsland. Na een tijdje als laborant te hebben gewerkt, was hij journalist bij Het Handelsblad van 1948 tot 1957. Bij de uitgeverij Ontwikkeling bleef hij aan de slag tot in 1978. In de periode 1953 tot 1983 was hij achtereenvolgens redacteur, redactiesecretaris en directeur van het Nieuw Vlaams Tijdschrift. Van 1966 tot 1978 doceerde hij aan het Hoger Rijksinstituut voor Toneel- en Cultuurspreiding in Brussel. Vanaf 1979 vestigde hij zich als voltijds schrijver in de Vaucluse in Frankrijk. In 1977 kreeg hij de Belgische Staatsprijs voor Verhalend Proza voor Een tuin tussen hond en wolf.

In 1993 werd hij bekroond met de driejaarlijkse Prijs van de Vlaamse Gemeenschap. Michiels debuteerde met de gedichtenbundel Begrensde Verten in 1946. Zijn eerste romans zoals Het vonnis uit 1949, schrijft hij in traditionele stijl.  Via de symbolische roman Het afscheid uit 1957 evolueert hij in 1958 met Journal brut naar het experimentele proza. Vanaf het boek Alfa uit 1963 kan Ivo Michiels beschouwd worden als een formalistisch schrijver, die alle kenmerken van het traditionele verhaal terzijde schuift om tot een tekst te komen die een rechtstreeks contact met de lezer creëert.



23:48 Gepost door Reginald | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Ernest Claes werd ontvangen op het tiende weekend

Het tiende weekend startte op 23 januari 1954 en naast dichter Marnix Van Gavere, architect Huib Hoste, musicus Steven Candael, etser René de Coninck, schilder Gilbert Swimberghe, declamator Van Vlaenderen en priester Edgar Benoot, was Ernest Claes de voornaamste gast. Ernest Claes werd geboren te Zichem op 24 oktober 1885 als jongste zoon in een groot landbouwersgezin met negen kinderen. Vader en moeder (Jozef Claes en Theresia Lemmens) moesten hard werken, maar waren niet onbemiddeld. Grootvader aan moederskant was een hereboer. De voorouders van vader hadden zelfs nog deelgenomen aan de Boerenkrijg. De ouderlijke hoeve fungeerde ook als herberg en pleisterplaats voor rondzwervende en voorbijtrekkende lieden die de vreemdste fantastische verhalen vertelden aan het haardvuur en een bron van inspiratie waren. Zijn jongensjaren sleet hij in het landelijke Zichem waar bengelstreken in beemden en bossen zich afwisselden met het grijze schoolbestaan. Als kind leed hij aan een ernstige oorkwaal en werd hij met blindheid bedreigd.

Hij maakt voor het eerst kennis met de litteratuur in de strafkamer op school waar hij werk van Conscience, o.a. "De Leeuw van Vlaanderen". Na zijn "Plechtige communie" in 1895 - het jaar dat ook zijn vader stierf - werd hij ingeschakeld in het landbouwbedrijf. Eind 1897 kwam hij in de drukkerij van de Abdij van Averbode in dienst als drukkershulp. Hij liep van 1898 tot 1905 college in Herentals (volledig in het Frans). In die periode logeerde hij bij een modiste (Fien Janssens). Tijdens zijn collegejaren stond hij bekend als een ijverig en weetgierig leerling. Hij werd een bewonderaar van Rodenbach en een aanhanger van de Vlaamse Beweging. In het laatste collegejaar woonde hij tijdens de vakanties streng verboden vergaderingen van "Vlaamse studentenbonden" bij. Op school liep hij verschillende straffen op voor zijn flamingantisme. Hij kreeg zelfs een pak ransel wegens het zingen van de Vlaamse Leeuw. Maar ondanks zijn onstuimig temperament was hij een knap en gewaardeerd student. Na het beëindigen van de Retorica was hij korte tijd redacteur in de uitgeverij van Averbode. In 1906 ging hij studeren aan de Leuvense universiteit. Hij liet zich inschrijven voor de eerste kandidatuur "philologie germanique". Korte tijd later werd hij ingelijfd bij de "compagnie universitaire" van het l0e Linieregiment. Hij was dus student tijdens zijn legerdienst. Ook bij het leger ondervond hij moeilijkheden wegens zijn vlaamsgezindheid.

Wegens Vlaams-Waalse vechtpartijen in uniform had hij meermaals kamerarrest. In die periode schreef hij ook zijn eerste hoofdstukken van "De Witte", die hij met succes voordroeg. Hij werd hoofdredacteur van "Ons Leven" en zelfs voorzitter van het AKVS (Algemeen Katholiek Vlaams Studentenverbond). Om zijn flamingantisme werd hij bijna weggestuurd van de universiteit. In 1910 promoveerde hij in de Germaanse filologie. Van 1910 tot 1913 was hij bestuurder van het "Vlaamsch Sekretariaat" te Antwerpen. Pas in 1912 werd hij doctor in Letteren en Wijsbegeerte. In datzelfde jaar - op 29 oktober - huwde hij met Stephanie Vetter, een Nederlandse schrijfster die hij had leren kennen op een congres. In 1913 kreeg hij een vertalersfuncite bij de Kamer van Volksvertegenwoordigers. Hij verhuisde naar Brussel. In datzelfde jaar werd zijn zoon Erik (Kiki) geboren. In augustus 1914 brak de eerste wereldoorlog uit en werd hij gemobiliseerd en ingezet ter verdediging van de Maasforten. Op 22 augustus 1914 werd hij zwaar getroffen door kogels en granaatscherven. Hij werd als krijgsgevangene weggevoerd naar Duitsland (Erfurt) waar hij een tijd zwaar ziek was. Begin 1915 werd hij vrijgelaten en bereikte hij via Zwitserland Le Havre, waar hij in het Belgisch leger nog administratieve functies vervulde tot hij in 1916 om gezondheidsredenen definitief werd vrijgesteld. De rest van de eerste wereldoorlog bleef hij in Frankrijk in dienst van de Belgische regering. Hij was in die periode correspondent van verschillende tijdschriften en had sympathie voor het activisme. Na de wapenstilstand in november 1918 trok hij terug naar Brussel en hervatte hij zijn taak in het parlement. Hij werd directeur van het Beknopt Verslag van de Kamer. In 1927 verhuisde hij naar Ukkel. Tijdens het interbellum. was hij medewerker aan verschillende kranten en tijdschriften, gaf hij op verzoek van culturele organisaties talrijke voordrachten en maakte zelfs literaire tournées in Duitsland. Hij leunde aan bij de Frontpartij en bleef hevig vlaamsgezind. Vanaf 1938 ging zijn gezondheid achteruit en leed hij aan angina pectoris. Tijdens de tweede wereldoorlog hield hij zich stil op litterair gebied. Een collega legde een knipseldossier aan van zijn activiteiten tijdens de oorlog. Bijgevolg leed hij na de tweede wereldoorlog zoals zovelen onder de repressie en werd hij drie maanden lang opgesloten in de gevangenis van Sint-Gillis. In eerste aanleg door de Krijgsraad in 1948 en in graad van beroep door het Krijgshof in 1949 werd hij telkens vrijgesproken. De spanningen leidden in 1948 tot een hartcrisis en extreme zwaarmoedigheid. In 1950 kreeg hij zijn politieke en burgerrechten terug en in 1951 ging hij met pensioen. In de periode dat hij geen inkomen had (1946-50) gaf hij voordrachten in heel Vlaanderen om in zijn onderhoud en dat van zijn familie te voorzien. Vanaf 1950 werd hij terug ten volle gereïntegreerd in de Vlaamse culturele wereld. Op een bepaald ogenblik was hij zelfs lid, voorzitter of erevoorzitter van liefst 54 organisaties. Hij werd ereburger van Averbode en Zichem.
Vanaf 1965 ging zijn gezondheid echter sterk achteruit. Op 5 januari van dat jaar had hij een zware hartaanval.
Jeugd- en oorlogservaringen waren de belangrijkste inspiratiebronnen van Ernest Claes. De oorlogsjaren en het krijgsgevangenleven tijdens de eerste wereldoorlog worden beschreven in "Namen 1914", "Bei uns in Deutschland" (1919) en "De vulgaire geschiedenis van Charelke Dop" (1923). De repressietijd na de tweede wereldoorlog wordt belicht in o.a. "Cel 269 (1952) en "Het was lente" (1953). Zijn internationale bekendheid heeft de schrijver echter de danken aan een reeks heimatromans, verhalen en novellen die zich afspelen in zijn geboortestreek en een aantal pitoreske figuren beschrijven. We denken hier vooral aan zijn bekendste werk "De Witte" uit 1920, "Wannes Raps" uit 1926, "Pastoor Campens Zaliger" uit 1935 en "Het leven en de dood van Victalis van Gille" uit 1951. Een   ander facet van zijn werk zijn de geromanceerde jeugdherinneringen zoals ze beschreven worden in "Jeugd" (1940) en "De oude klok " (1947). De veelzijdigheid van de schrijver blijkt uit "Kiki" (1925), een werk dat men een psychologische roman  mag noemen, en uit "Floere het Fluwijn" (1951), een dierenverhaal. Ernest Claes was en is een enorm populair schrijver. Hij was lid van de Vlaamse academie voor Taal en Letterkunde (vanaf 1934). In 1958 ontving hij voor zijn hele oeuvre de Prijs der Vlaamse provincies. Zijn werk werd in ettelijke talen vertaald, tot het in het Turks en Hebreeuws toe. "De Witte" werd tweemaal verfilmd. Andere werken ("Het schamel moederken", "Pastoor Campens", "Jeroom en Benzamien", "De moeder en de drie soldaten", "Daar is een mens verdronken", "De vulgaire geschiedenis van Charelke Dop")  werden bewerkt voor televisie. "Wij, heren van Zichem", een compilatie van verschillende verhalen, kende op de Vlaamse TV een gigantisch succes.
Ernest Claes overleed te Brussel op 2 september 1968. Hij werd begraven te Averbode in de schaduw van de abdijkerk (zie foto). Zijn geboortehuis te Zichem is ingericht als museum. Op de foto Ernest Claes en Jan Vercammen.


23:42 Gepost door Reginald | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Julia Tulkens was meerdere malen te gast

Op de foto herkennen we Dijckhof, Albert Vermeire en Julia Tulkens. Julia Tulkens was een pseudoniem voor Julia Boddaer en ze werd geboren in Tienen op 6 oktober 1902. Ze huwde op 20-jarige leeftijd met de historicus Leo Tulkens. Ze maakte haar debuut met Heidebloempjes. Hierin wordt duidelijk dat ze beïnvloed werd door Alice Nahon. Later volgden Liederen bij Schemeruur, Krans en in 1936 Ontvangenis, dat voor nogal wat deining zorgde. Hierin beschreef Julia Tulkens in welluidende verzen openhartig de liefde tot de man en de geboorte van het kind. Na de waardering die ze ontving van Marnix Gijsen en Willem Elsschot behoorde Tulkens tot de betere dichteressen van haar tijd. Verder verschenen nog Vader (1938), Zo zingt mijn blondje (1943), Tien Gedichten (1948), en De Aardse Bruid (1950), waarvoor de dichteres de Vijfjaarlijkse Prijs van de Vlaamse Provincies ontving. Ze overleed op 93-jarige leeftij in maart 1995.

23:36 Gepost door Reginald | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

23-08-04

De normale weekends

Als normale weekends verstaan we de weekends waarop geen leden van de Koninklijke familie of andere prominenten uit de politieke wereld aanwezig waren. Van elk weekend verschijnt een groepsfoto, waarna een biografie volgt van de voornaamste aanwezigen. Daarbij wordt een verloop van het weekend beschreven, tenminste vanaf het twintigste weekend, want tijdens de eerste weekends bestaan er nauwelijks geschreven artikels. Wel wordt veel fotomateriaal opgenomen, gedichten, uitspraken, tekeningen die door de kunstenaars in het gulden boek van de gravin werden nagelaten. Zo herkennen we op dit beeld van het negende weekend, Herman Teirlinck, Frans Dille, Pieter Buckinx, Jos De Maegd, Georgette d'Ydewalle, professor Van Oye... 


15:56 Gepost door Reginald | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

06-08-04

Prins Karel op bezoek voor het 57ste weekend

Voor het 57ste weekend van 2 mei 1970, had Prins Karel, die toen nog zelden in het openbaar verscheen, eraan gehouden voor de tweede maal een bezoek aan Drie Koningen te brengen. Bertien Buyl, Luc Van Brabant, Jan Vandeweghe, Jan Vercammen, Albert Vermeire, Fernand Bonneure vertegenwoordigden de literatuur. Jacky De Maeyer, Hélène Riedel, Rik Slabbinck en Jan Vaarten en keramist Manuel Iturri traden op als vertegenwoordigers van de plastische kunsten. Voor de muzikale omlijsting zorgde het Vlaams pianokwartet gevormd door Roland Corryn, Marcel Lequeux, Louis Pas en Rudolf Werthen en violist Paul Malfait, die Beethoven, Brahms, Debussy en veel ander werk voor de aanwezigen vertolkten. Dr. Alin Janssens de Bisthoven, conservator van de Brugse musea, vertelde de aanwezigen over de projecten voor het museum- en tentoonstellingswezen te Brugge. Barones Maddy Buysse, werd door de Prins geroemd voor haar fijne vertalingen van Vlaamse auteurs in de taal van Molière.

12:41 Gepost door Reginald | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Bezoek Prins Karel aan 53ste weekend

Tijdens het 53ste weekend startende op 25 mei 1968 hield Prins Karel eraan een bezoek te brengen aan Drie Koningen. Op dit weekend begroette Hélène d'Hespel de musici Jacky Bellez, Herman Lemahieu, André Vandendriesche en François Deridder, die samen het Belgisch Hoornkwartet vormden. Als kunstschilder vinden we er Jack Godderis, de iets teruggetrokken levende kunstenaar, die in zijn schilderijen met felle kleuren uitpakte. Tevens was de uit Tielt afkomstige Joris Houwen aanwezig. Tevens waren er de vurige expressionistische schilder Godfried Vervisch en de wazige, mistige schilderende Frans Minnaert. Tekenaar en cartoonist Marc Sleen was niet aan zijn proefstuk toe en werd ook al verscheidene keren uitgenodigd. Schrijfster Bertien Buyl en Paul Lebeau, auteur van opgemerkte romans zoals De Zondebok en Xantippe, acteur-regisseur Marc Leemans, componist Herman Roelstraete en beeldhouwer Géo Vindevogel vervolledigden de kunstenaarsgroep.

12:34 Gepost door Reginald | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

21-07-04

Koninklijke belangstelling (2)

Het vijftigste weekend op zaterdag 21 mei 1966 werd gekenmerkt door het bezoek van Koningin Fabiola. Deze keer waren de volgende kunstenaars aanwezig : beeldhouwer Geo Vindevogel, kunstschilders Jules de Sutter en Rik Slabbinck, etser René De Coninck, keramist Rogier Vandewege, cartoonist Marc Sleen, musici Mireille Flour, Monika Druyts, toondichter Louis de Meester, Clemens Quatacker en musicoloog Karel Aerts. Als schrijvers Julia Tulkens, Marcel Coole, Rose Gronon, Frans van Isacker, Bertien Buyl, Bernard Kemp, Fernand Bonneure, Maria Rosseels en Jan Vercammen. Dom Willibrordus Schets had het Sint-Arnolduskoor van Steenbrugge meegebracht.

11:50 Gepost door Reginald | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Koninklijke belangstelling (1)

Tijdens het 17de kunstweekend, op 22 oktober 1955, ontving Gravin d'Hespel Koningin Elisabeth op het kasteel. De aanwezige kunstenaars, onder wie : Jan Vercammen, Marcel Coole, Frans Dille, Ivo Michiels, Frans Brouw, Clemens Quatacker, Jef Cantré, Paula Semer, Herman Niels, Julia Tulkens, Jos de Haes, Rik Slabbinck, Herman Sabbe, Albert Saverys, Jef Tinel, Gaston Duribreux en Geo Vindevogel, werden aan de Koningin voorgesteld.   

11:43 Gepost door Reginald | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

19-07-04

Geschiedenis van Beernem

Beernem kent een rijke geschiedenis. Liefst 25 bladzijden zijn er in het boek voorzien voor de Beernemse geschiedenis. Vanuit de tijd van de Menapiërs, over de Romeinse overheersing, glijden we af naar de donkere middeleeuwen om stilaan te komen tot de Franse inmenging in Vlaanderen. Daarna volgen de perikelen rond de Slag om het Beverhoutsveld, gevolgd door de onlusten en de beeldenstorm. Daarna bekijken we eventjes de tijd dat onze gewesten bezet werden door vreemde mogendheden om verder te gaan met de Franse revolutie, het bezoek van Napoleon en na de Brabantse omwenteling over te schakelen op de Eerste en Tweede Wereldoorlogen.

14:39 Gepost door Reginald | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Hubert van Outryve d'Ydewalle

Hubert van Outryve d'Ydewalle werd geboren in Sint-Andries op 21 april 1909 als zoon van André en Marie de Vrière, dochter van ridder Etienne de Vrière, die op het kasteel Bloemendale in Beernem woonde. Bij zijn geboorte verhuisden zijn ouders naar het kasteel Drie Koningen in Beernem. Hubert groeide op tot een verstandige, toegenegen en gehoorzame jonge man. Hij kreeg een opleiding in de abdijschool van Sint-Andries en stond onder leiding van Dom Walter Willems, rector van deze school. De jonge student ontwikkelt onder invloed van zijn rector een aversie voor alles wat links gericht is en geraakt in de ban van Leon Degrelle, die later het rexisme zou leiden. Gelukkig ziet Hubert spoedig de misstap in en gooit het rexisme overboord, nadat hij ontdekte dat het idealisme van Rex gewoonweg voor grof geld door buitenlandse belangen was gemanipuleerd. Hij ontpopte zich tot journalist en schreef heel wat interessante artikelen in verschillende franstalige bladen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd hij door de Duitsers, wegens verraad, gevangen genomen, veroordeeld en als krijgsgevangene naar Duitsland gebracht, waar hij stierf na gewond geraakt te zijn door bombardementen. Zijn lichaam werd later naar Drie Koningen overgebracht en er begraven. Later werd hij op het kerkhof van Beernem bijgezet.




14:04 Gepost door Reginald | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

15-07-04

Gravin d'Hespel naar Rik Slabbinck

Kunstschilder Rik Slabbinck schilderde in zijn typische stijl met veel koloriet een prachtig schilderij van Gravin d'Hespel, dat nog steeds bovenaan de trap hangt in de hall van het kasteel. Rik Slabbinck werd geboren in Brugge op 3 augustus 1914. Aanvankelijk leek hij voorbestemd om mee te werken in de zaak van zijn vader, die in de Naaldenstraat een atelier van kunstborduurwerk leidde. Slabbinck volgde lessen aan de Brugse academie, waar hij zijn artistieke neigingen ontwikkelde. Later trok hij naar Sint-Lucas in Gent. Hier groeide het verlangen om door het leven te gaan als kunstenaar. Slabbinck overleed op 19 juli 1991 in zijn geboortestad.

19:38 Gepost door Reginald | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De organisatoren getekend door Marc Sleen

Marc Sleen kwam herhaaldelijk als gast op het kasteel. Hij maakte dan ook een karikatuur van de drie organisatoren als drie koningen, met in hun zog Achiel Van Acker, die voor een bepaald weekend was uitgenodigd, maar verstek moest geven. Hij zou later aanwezig zijn en het voorwerp uitmaken van een afzonderlijk hoofdstuk in het boek.

19:07 Gepost door Reginald | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

14-07-04

De Organisatoren

Jan Vercammen, Albert Vermeire en Rik Slabbinck mogen zich terecht als organisatoren van de kunstweekends bestempelen, want zij waren er van het begin tot op het einde bij. Later vervoegde Fernand Bonneure het drietal. Dichter Jan Vercammen was inspecteur van het lager onderwijs in West-Vlaanderen. Hij kwam in contact met Albert Vermeire, die als rentmeester in een landhuis naast het kasteel woonde. Vercammen bracht kunstschilder Rik Slabbinck mee. Dit trio startte met veel enthousiasme de weekends. Tijdens de bijeenkomsten stonden zij in voor het vlot verloop van de gesprekken.

00:21 Gepost door Reginald | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

13-07-04

Het kasteel Drie Koningen

Het kasteel Drie Koningen vormde het decor voor 72 kunstweekends waarbij zo'n 900 gasten werden uitgenodigd. Zo wat iedereen die naam had in ons Vlaams cultureel leven is er gepasseerd. Het kasteel is gelegen ten westen van de baan Beernem - Ruddervoorede. Het is gebouwd in zuivere Empire stijl. Renovaties werden uitgevoerd in 1858, 1871 en 1909. Na de dood van André van Outryve d'Ydewalle in 1940 ging het kasteel door erfenis over in handen van de oudste zoon Hubert. Thans wordt het bewoond door zijn zoon Raynier.

23:30 Gepost door Reginald | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Gravin Hélène d'Hespel

Gravin d'Hespel wou het filosofisch gedachtegoed van haar man Hubert van Outryve d'Ydewalle, die tijdens de Tweede Wereldoorlog, door de Duitsers gevangen werd genomen en in gevangenschap overleed, in de praktijk omzetten. Hubert van Outryve d'Ydewalle had enkele dagen voor zijn gevangenneming de laatste hand gelegd aan zijn boek "Noblesse en Flandre", waarin hij zich richt tot de adel in Vlaanderen. In zijn boek behandelt Hubert de verschillende aspecten van een door hem beoogde maatschappij waarin de adel en het volk nauw met elkaar in contact staan. Gravin d'Hespel beschouwde dit boek als zijn testament en wou met het organiseren van kunstweekends het cultureel leven in Vlaanderen op een hoger niveau brengen. Tevens was ze ervan overtuigd dat haar kasteel Drie Koningen voor iets moest dienen. Met de hulp van haar leraar Nederlands, Albert Vermeire, slaagde ze erin dichter Jan Vercammen en kunstschilder Rik Slabbinck warm te maken om viermaal per jaar een kunstweekend in te richten.

23:15 Gepost door Reginald | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |