16-12-04

Schriften van Drie Koningen

De geschiedenis van de kunstweekends voor Vlaamse kunstenaars bij Gravin Hélène d’Hespel op haar domein Drie Koningen in Beernem start in 1951, of beter nog tijdens de oorlogsjaren 1940-1943 toen haar eerste echtgenoot, Ridder Hubert van Outryve d’Ydewalle zijn merkwaardig, innoverend boek Noblesse en Flandre schreef. Hierin poneerde de auteur een stelling dat de adel in Vlaanderen een dienende taak had te vervullen, vooral op cultureel gebied.

 

De Gravin beschouwde dit boek als een testament en zij nam zich voor, het piëteitsvol uit te voeren. Zijzelf was niet van Vlaamse afkomst, maar na haar huwelijk deelde zij spoedig de liefde van haar echtgenoot voor het volk dat haar had opgenomen.

 

Zoekend naar een middel om een bepaalde elite van het volk, namelijk zijn kunstenaars, te dienen, vond zij twee mensen bereid om mee te werken aan de verwezenlijking van haar plan : het kasteel ten dienste te stellen van die elite. Tot deze keuze werd ze gedreven door haar belangstelling, haar liefde voor al wat echte kunst is en door haar prille ervaring, dat Vlaanderen een rijk kunstleven bezit. Nadat ze bij het eerste kunstweekend in 1951 de historische woorden sprak : “Eindelijk zal dit kasteel tot iets dienen”, volgden, in de loop der jaren, de kunstweekends elkaar op. Tot in 1982 hebben meer dan duizend schrijvers, dichters, beeldhouwers, etsers, kunstschilders, musici, componisten, architecten, media-figuren en zelfs politici, die het Vlaams cultureel leven op een hoger niveau tilden, de ovale kamer van het kasteel bevolkt om er hun gedachten de vrije loop te laten. Hiermee werd verholpen aan het nefaste gemis aan contacten tussen de verschillende kunststromingen.

Namen opnoemen heeft hier geen zin, vermits alle Bekende Vlamingen uit die periode gast zijn geweest van Gravin d’Hespel, die er in slaagde een geest van wederzijdse waardering en vriendschap te creëren. Op dit kasteel heerste de leuze : vrijheid, gelijkheid, broederlijkheid in haar edelste betekenis, geadeld namelijk door een geest van ongedwongen voornaamheid. Belangstelling vanuit het Koninklijk Huis werd geconcretiseerd door aanwezigheden van Koningin Elisabeth, Koningin Fabiola en Prins Karel. Ministers en gouverneurs vereerden de weekends met een bezoek.

 

Reginald Braet reconstrueert nauwgezet aan de hand van eigentijdse bronnen en documentatiemateriaal in het bezit van de kasteelbewoners, het milieu waarin de kunstweekends plaats vonden. Tevens wordt een prachtige biografie opgebouwd van de voornaamste deelnemers aan deze kunstweekends.

 

Dit boek vormt een uniek kunstdocument, dat vooral het leven van de kunstenaars die leefden, werkten en produceerden in de tweede helft van vorige eeuw, belicht. Naast de verslagen van de diverse weekends, krijgt de lezer een boeiende geschiedenis van Beernem en zijn kastelen voorgeschoteld. Even wordt stil gestaan bij het leven van Gravin d’Hespel en haar echtgenoot Ridder Hubert van Outryve d’Ydewalle, waarna de nodige aandacht wordt besteed aan zijn testament. Nadat het doel van de weekends wordt voorgesteld, komen de vier organisatoren : Albert Vermeire, Jan Vecammen, Rik Slabbinck en Fernand Bonneure, aan bod. Tenslotte krijgt de lezer een overzicht van alle weekends, 72 in totaal, met een voorstelling van de gasten. Een overvloed aan nooit eerder gepubliceerde foto’s maken van dit boekwerk zowel een lees- als kijkboek.

 

Reginald Braet, geboren in Brugge op 7 oktober 1947, is een gepensioneerde hogere officier van de marine, die als freelance journalist verbonden is aan de kranten Het Laatste Nieuws, Het Nieuwsblad en het Brugsch Handelsblad. Als lid van de Beernemse heemkundige kring Bos en Beverveld, koestert hij een grote belangstelling voor het verleden van Groot-Beernem. De studie van de kunstweekends heeft meer dan twee jaar in beslag genomen.

 

Bij voorintekening wordt de naam van de voorintekenaar alfabetisch opgenomen in een naamregister achteraan het boek, dat verschijnt met een harde kaft en stofwikkel. Het boek is op A4-formaat gedrukt door De Windroos op kwalitatief hoogstaand papier, telt ongeveer 400 bladzijden en bevat meer dan 400 nooit eerder gepubliceerde foto’s van Bekende Vlamingen en van hun aanwezigheid tijdens de kunstweekends. Tevens worden authentieke documenten afgedrukt, zoals tekeningen, gedichten en brieven die ze hebben achter gelaten in de gulden boeken.

Verschijningsdatum : 12 mei 2005

 

Voorintekening : 32 EUR (tot 12 mei 2005), Nadien 40 EUR

De voorintekening kan enkel gebeuren door storting van 32 EUR op rekeningnummer :

280-7014327-03 van Reginald Braet, Kasteeldreef 20 8730 Beernem, met vermelding “Schriften van Drie Koningen + voornaam + naam (of dienst)”

 Verzendingskosten : 5 EUR (gewicht ca 2 kg)

(Wie geen verzendingskosten betaalt, wordt geacht het boek af te halen)

 



14:53 Gepost door Reginald | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

14-12-04

Anecdotes

In het boek worden heel wat anecdotes en wetenswaardigheden opgenomen. Zo was er een kunstenaar die vermist bleek tijdens één van de nachten op het kasteel. Met man en macht werd gezocht, maar hij leek spoorloos, tot Albert Vermeire de man terug vond. Op één van de weekends ging het kasteel bijna in vlammen op. Toen een vrouw van een kunstenaar argwaan kreeg over het gedrag van haar man, stond zij er op de slaapkamer van haar man te bezichtigen. Naast haar man lag een kunstenaar te slapen met een weelderige haardos. Er is heel wat palaveren aan vooraf gegaan om de vrouw te overtuigen dat er geen vreemde dame naast haar man lag, maar wel een mannelijke kunstenaar. Twee gezworen vijanden logeerden toevallig in dezelfde slaapkamer. 's Morgens verschenen zij arm in arm aan de ontbijttafel...Eén van de beroemdste Vlaamse schrijvers had een hekel aan interviews, toch manoeuvreerde hij zich zodanig zodat zijn stem op band werd opgenomen. Dergelijke zaken vindt de lezer terug in het boek dat de titel : Schriften van Drie Koningen zal meekrijgen. Verschijningsdatum is voorzien voor 12 mei 2005.

14:08 Gepost door Reginald | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

08-12-04

Een beetje geschiedenis

De weekends startten eerder bescheiden. Op 8 juli 1951 werden naast Jan Vercammen en Albert Vermeire, de volgende personen uitgenodigd : Jozef Cantré, Marcel Coole, Roger Mestdagh, Rik Slabbinck, Else Van Doren en Cyriel Verleyen. In de herfst waren er André Demedts, André Taeckens en Albert Westerlinck. In januari 1952 Raymond Brulez, Pieter Leemans, Luc Peire, Antoon Van der Plaetse, Antoon van Wilderode en Geo Verbanck. Het vierde seizoen zagen we Jan Boon, Jack Godderis, Stijn Streuvels, Remi Van Duyn, Hilmer Verdin en Jeroom Verten.  Op elk weekend zijn zoniet alle, dan toch de voornaamste kunsten vertegenwoordigd, hoewel niet altijd evenwichtig. Wanneer bijvoorbeeld Lode Backx en Steven Candael er samen waren, trachtten die, met nog wat diskrete hulp en door hun enthousiasme, al wat mogelijk was op muziek te zetten. De kunstenaars legden contacten, die achteraf ook vruchtbaar bleken. Niet zelden zijn de kunstenaars door de weekenden voor de micro van de radio of de lenzen van de televisie terechtgekomen. Componisten vonden er teksten en uitvoeringsgelegenheden, architecten medewerkers onder de andere plastische kunstenaars en deze ontmoetten onder de schrijvers bewonderaars, die hun bewondering ook met de pen uitdrukten.
De samenstelling van een dergelijke ontmoeting werd wel eens een probleem : de atmosfeer hing er van af. Dat er al eens een vergissing werd begaan, was menselijk. De meest merkwaardige vergissing was het samenbrengen van twee gezworen vijanden, allebei met een mooie naam, die daarbij nog op dezelfde slaapkamer terechtkwamen. 's Morgens verschenen ze echter arm in arm aan de ontbijttafel...
Talrijke anecdotes worden in het boek vermeld.

23:37 Gepost door Reginald | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |